Transitiemanagement

Dit artikel verscheen voor het eerst in Transitiemanagement: sleutel voor een duurzame samenleving.

Het concept ‘transitie’ bestaat al enige tijd binnen verschillende wetenschappelijke domeinen: de biologie en populatiedynamica (de demografische transitie), de economie en de innovatietechnologie (socio-technische transities).

Wat is er dan zo nieuw aan het concept en waarom is er zo veel belangstelling voor? Het nieuwe is vooral dat het transitieconcept recentelijk wordt gebruikt om brede maatschappelijke veranderingen in samenhang met elkaar te beschrijven en te verklaren. Ook wordt er vanuit verschillende disciplines gekeken naar het onderwerp, in plaats van vanuit één. Het doel is om te komen tot een beter begrip van het fenomeen transities en dus van de complexiteit van de maatschappelijke dynamiek. (p. 12-13)

Definitie transitiemanagement

Maar wat zijn transities nou eigenlijk? Volgens Rotmans e.a. (2000) is een transitie een structurele maatschappelijke verandering die het resultaat is van op elkaar inwerkende en elkaar versterkende ontwikkelingen op het gebied van economie, cultuur, technologie, instituties en natuur en milieu. Een voorwaarde voor transities is dat innovatie op het niveau van systemen plaatsvindt. Een systeem is een samenhangend stelsel van onderdelen die elkaar beïnvloeden in een bepaalde richting.

Soorten vernieuwingen

Transities vergen vernieuwing op allerlei terreinen: van
‘harde’ vernieuwing, zoals: technologische vernieuwing, vernieuwing van productie- en consumptieprocessen)
‘zachte’ vernieuwing, zoals institutionele en politiek-bestuurlijke vernieuwing. Deze vernieuwing vindt plaats op allerlei niveaus: transities ontstaan uit een aantal systeeminnovaties, die weer voortkomen uit project-, product- en procesinnovaties (p. 14-15).

Dimensies van transities

De dimensies van transities (tijd, schaal en aard) kunnen beschouwd worden met behulp van drie transitieconcepten:

  • multifase,
  • multischaal en
  • lemniscaat.

De tijdsdimensie van transities kan onderscheiden worden in vier transitiefasen: een voorontwikkelingsfase, een take-off fase, een versnellingsfase en een stabilisatiefase. Het schaalniveau kan onderscheiden worden in het macro-, meso- en microniveau. Het lemniscaat concept beschrijft de aard van de verandering in elke fase van een transitie in termen van ‘degradatie’ en ‘afbraak’ versus ‘opbouw’ en ‘innovatie’.  (p. 16-19)

Concepten verbinden

Als de drie transitieconcepten van multifase, multischaal en lemniscaat met elkaar verbonden worden, dan ontstaat een complex patroon van opbouw, afbraak, verzet en innovatie. Dit complexe patroon verklaart waarom transities zo’n lange tijd vergen en waarom ze zo vaak mislukken. Het creëren van ruimte in een transitieproces is van essentieel belang. Ruimte voor zoveel mogelijk innovatieve experimenten, voor nieuw beleid, en voor macro-initiatieven die bepalend kunnen zijn voor nieuwe ideeën en initiatieven op microniveau. Dit complexe proces vergt een vernuftige vorm van sturing, die gericht is op het creëren van voldoende ruimte voor het transitieproces op alle niveaus. Dit noemen we transitiesturing of transitiemanagement. (p. 20-22)